Een zeiljacht voor charter heeft meestal een van twee soorten grootzeil: een rolgrootzeil dat in de mast oprolt, of een volgelat grootzeil dat op de giek zakt. Ze doen hetzelfde werk. Het verschil zit in hoe je het zeil zet, reeft en opbergt, en in hoe goed het zijn vorm houdt.
Rolgrootzeil
Een rolgrootzeil (ook wel mastrolgrootzeil of rolzeil genoemd) rolt op rond een draaiende as in de mast. Om het te zetten, vier je de rollijn en trek je het zeil met de uithaler langs de giek naar buiten. Opbergen gaat precies andersom, en dan verdwijnt het zeil in de mast.
Het grote voordeel is gemak. Je kunt het zeil vanuit de kuip zetten, verkleinen en opbergen. Dat is prettig voor een kleine bemanning en voor iedereen die bij veel wind liever niet naar voren gaat. Reven gaat snel: als de wind aantrekt, rol je gewoon een deel van het zeil terug in de mast.
Volgelat grootzeil
Een volgelat grootzeil hijs je met een val langs de mast omhoog en laat je zakken op de giek, meestal in een zeilzak (lazy bag) die daaraan vastzit. Lange, dunne zeillatten lopen horizontaal over het hele zeil, van de voorkant (voorlijk) tot de achterkant (achterlijk). Ze houden het zeil in vorm en voorkomen dat het klappert.
Hijsen, strijken en reven kost meer werk dan bij een rolgrootzeil. Daar krijg je een betere zeilvorm voor terug, en dus betere prestaties en meer controle, vooral aan de wind en bij meer wind.
Welke moet je kiezen?
Gaat gebruiksgemak voor, bijvoorbeeld met een kleine of minder ervaren bemanning, dan is een rolgrootzeil de makkelijkste keuze. Vind je zeilprestaties belangrijk en vind je het niet erg om wat meer bij de mast te werken, kies dan voor een volgelat grootzeil.
Op een charterjacht hoort het grootzeil bij de boot, dus eigenlijk kies je een boot. Heb je een duidelijke voorkeur, laat het ons dan weten als je je aanvraag stuurt, dan zoeken we boten met het juiste grootzeil.